logo museum voor dierkunde Leuven

Het Museum voor Dierkunde van de K.U.Leuven huist een indrukwekkende collectie van een 5000-tal bewaarde dieren en skeletten. De schelpencollectie, met schelpen van zowel in- als uitheemse soorten, is bijzonder uitgebreid. Ook het systematisch overzicht van het dierenrijk, dat de verschillende diergroepen van spons tot zoogdier toont, neemt een groot deel van de collectie in beslag. Hieronder lichten we enkele topstukken uit de collectie toe.

  • Het skelet van de Groenlandse walvis
  • De coelacanth
  • De Amerikaanse trekduif
  • Een walvis in de stad

Wie het Museum voor Dierkunde binnenwandelt, kan onmogelijk naast het walvisskelet kijken. Het skelet is van een Groenlandse walvis (Balaena mysticetus). Het werd omstreeks 1880 door Van Beneden aangekocht. Het specimen heeft het bombardement van het Instituut tijdens W.O.II doorstaan zonder van zijn plaats te wijken!

De coelacanth is de enige gekende levende vertegenwoordiger van de Actinistia, een groep kwastvinnige beenvissen die samen met onder andere de longvissen behoort tot de klasse van de Sarcopterygii. Deze chordadieren ontstonden waarschijnlijk in het Midden-Devoon, ongeveer gelijktijdig met de Dipnoi (longvissen) en de Actinopterygii (waaiervinnigen). Vertegenwoordigers van de Sarcopterygii hebben waarschijnlijk in het Laat-Devoon aanleiding gegeven tot het ontstaan van de eerste Tetrapoda (viervoeters). De gepaarde borst- en buikvinnen van de vis zijn lobvormig en gesteeld, en bezitten vergelijkbare interne structuren als de poten van de viervoeters.

Dat de Amerikaanse bizon in de 19de eeuw bijna uitgeroeid werd door de mens, is algemeen geweten. Minder gekend is het verhaal van de Amerikaanse trekduif (Ectopistes migratorius) dat zo mogelijk nog hallucinanter is. In de periode dat de eerste Europese kolonisten arriveerden, was de trekduif de meest voorkomende vogel in Noord-Amerika. Er moeten in die tijd zo’n 5 miljard trekduiven geleefd hebben. Hun kolonies besloegen vaak meer dan 30 km2 bos en er vertoefden zoveel vogels in elke boom dat de takken soms afbraken. De eerste Europese inwijkelingen beschreven vluchten van 1,5 km breed die onafgebroken van 7u30 ‘s morgens tot 4u ‘s avonds overvlogen! Deze enorme populaties maakten de trekduiven een gemakkelijke prooi voor de menselijke jacht. Tegen het midden van de 19de eeuw was het aantal trekduiven al sterk gereduceerd, maar de echte doodsteek kwam er toen begonnen werd met commerciële jacht op grote schaal om de ontwikkelende steden aan de oostkust van de VS te voorzien van goedkoop vlees. In 1874 stuurde Oceana County in Michigan meer dan 1 miljoen vogels naar de markten in het oosten van het land; twee jaar later waren dat er al 1,6 miljoen, met 400.000 dieren per week in het hoogseizoen. De populatie trekduiven kon de slachtpartijen op dergelijke astronomische schaal onmogelijk weerstaan en in 1900 stierf de duif in het wild uit in Ohio. Met de dood van Martha, de laatste levende vertegenwoordiger van de soort in gevangenschap, verdween de trekduif voorgoed van de aardbol. Het specimen dat hier tentoon is gesteld, is één van de weinige opgevulde exemplaren van deze soort in België.

(Bron: Logo en teksten van bio.kuleuven.be/museum)

Contactgegevens

Charles Deberiotstraat 40,
3000 Leuven
België

Tel: 016 32 37 17

E:   conny.coeckelberghs@bio.kuleuven.be

Wbio.kuleuven.be/museum

Routebeschrijving

Openingstijden (2107):

Elke werkdag van 8.00 tot 17.00

Entreeprijzen (2017):

het museum is gratis te bezoeken!

Wel vragen we aan groepen om op voorhand even aan te melden. Dit kan op het secretariaat van het Kolenmuseum, Charles Deberiotstraat 32, of via email

Gidsen kunnen een maand op voorhand worden geregeld via Thomas Gyselinck.

Parkplattegrond:

Helaas heeft het museum geen online parkplattegrond beschikbaar

Geschiedenis:

Het Museum voor Dierkunde behoort tot het indrukwekkende wetenschappelijke erfgoed van de K.U.Leuven. De geschiedenis van het museum is nauw verbonden met die van het Collegium Regium, alias het Koningscollege, in de Naamsestraat en met die van de universiteit zelf.

Het Koningscollege werd gesticht in 1579 door Filips II, koning van Spanje, en onderging belangrijke renovaties in de periode 1776-1779. Het huis was oorspronkelijk bedoeld als verblijfplaats voor studenten die zich voorbereidden op het priesterschap. Na de sluiting van de oude Leuvense Universiteit in 1797 werd het college overgedragen aan de stad, die het in 1817 ter beschikking stelde van de nieuw opgerichte Rijksuniversiteit. De zoölogische collecties vonden er een onderkomen in het nieuwe “Kabinet voor Natuurlijke Historie”. Met de steun van koning Willem I werden verzamelingen aangekocht in Engeland, Frankrijk en Duitsland.

De verzameling opgezette dieren dateert overwegend uit de 19de eeuw, maar exemplaren in vloeistof bewaard zijn doorgaans van een recentere datum. Onder professor Pierre-Joseph Van Beneden (1809-1894), die vanaf 1851 in het Koningscollege woonde, kende de collectie een grote uitbreiding. Nog vóór W.O.I moest een nieuwe museumzaal bijgebouwd worden. De collectie waterzoogdieren aangebracht door Van Beneden was dermate indrukwekkend dat ze de vergelijking met gerenommeerde musea in het buitenland kon doorstaan. Zijn opvolger, professor Gustave Gilson (1859-1944), droeg vooral bij met collecties meegebracht uit Roscoff en Napels en verzameld tijdens zijn reis langs de Fiji-eilanden. Na zijn benoeming in 1935 heeft ook professor Henri J. Koch (1911-1997) bijkomende specimens, vooral van Zweden en Noorwegen, aangebracht.
Een luchtbombardement tijdens W.O.II vernielde een groot deel van de toenmalige zoölogische collectie en het gebouw diende gerenoveerd te worden. Bij de splitsing van de universiteit in 1970 werd wat overbleef van de collectie verdeeld over de K.U.Leuven en haar zusteruniversiteit de UCL. Ongeveer de helft van de systematische verzameling werd samen met een collectie zoogdierenschedels naar Louvain-la-Neuve overgebracht. De resterende 5000 specimens werden daarna opnieuw aangevuld naar aanleiding van ecologische studiereizen en via talrijke schenkingen tot de verzameling die je nu kan bewonderen.

Cijfers en bijzonderheden:

Ontstaan: 1817
Afstand vanaf Utrecht: 187 km

Het museum bevat de zoölogische collectie van de KU Leuven.
De collectiestukken werden verzameld tussen 1850 en vandaag met als doel onze studenten een ‘tastbaar’ beeld te geven van de diversiteit van het dierenrijk.

Deel jouw foto’s:

Wij zijn natuurlijk erg benieuwd naar de foto’s van uw bezoek aan het Museum voor Dierkunde Leuven!

Wil je je foto’s graag ook delen met anderen? Zet dan ook jouw foto’s in onze speciale Facebookgroep: Zoovaria: Passie voor dierentuinen en diergerelateerde dagjes uit, zo kunnen duizenden andere mensen ook van jouw foto’s genieten.
De mooiste foto’s delen we dan natuurlijk dan ook op onze eigen Zoovaria Facebookpagina!

Geen Facebook? Mail je 5 beste foto’s naar info@zoovaria.com en geef duidelijk aan dat we je foto’s mogen delen!

Advertentie

adverteren op zoovaria.com

Advertentie

Zoovaria events