Logo Zoo DresdenZoo Dresden

In het midden van het centrum van Dresden, de stad aan de Elbe, op slechts enkele meters van de Frauenkirche, ligt in een grote tuin de zoo van Dresden. Deze, op 3 na oudste zoo is opgericht in 1863 en gelegen in het vroegere Oost-Duitsland.

Ongeveer 1700 dieren van rond 270 soorten leven in deze 13 hectare grote natuuroase.
Zwaartepunt zijn de primaten. Zo werd er reeds in 1927 succesvol een orang-oetan met de hand grootgebracht. Sedertdien werden er al vele orang-oetans geboren.
Bij de bijzondere attracties horen het Afrikahuis (wordt vernieuwd en heropend in 2017) met olifanten, vlakbij de ingang zitten er naakte molratten, een dal met rotsformatie voor de Afrikaanse leeuwen en 1 voor de caracals evenals een savanne voor 3 soorten giraffen en chapmanzebra’s.

Een reis door de verschillende continenten leidt langs zeldzame dieren zoals de rode honden, gouden takins, sikahert en zwijnsherten uit Azië, of nandoe’s, waterzwijnen en vikunjas uit Zuid-Amerika.
Het in 2010 geopende  Prof. Brandes-huis herbergt apen (o.a. guereza’s, wolapen en keizertamarins) maar ook luiaards, eekhoorns, hoornvogels, tamandua, krokodillen en koala’s.
Bijzonder is ook het ondergronds gedeelte met rode mieren, dwergmuisjes, regenwormen, ratten en aardhommels.
Er zijn meerdere gemeenschappen waar zoogdieren met andere soorten samen leven.

De zoo is lid van EAZA, VdZ en WAZA.

Bron: logo www.zoo-dresden.de

Contactgegevens

Contactgegevens:

Zoo Dresden GmbH
Tiergartenstraße 1
01219 Dresden
Duitsland

T: +49 (0351) 4 78 06 0

F: +49 (0351) 4 78 06 60

E: info@zoo-dresden.de

W:  www.zoo-dresden.de

Routebeschrijving

Openingstijden (2016!):

Zoo Dresden is 365 dagen per jaar geopend.

– Lente (vanaf 6 februari 2016): 8.30 – 17.30 u
– Zomer (vanaf 25 maart 2016): 8.30 – 18.30 u
– Herfst (vanaf 4 oktober 2016): 8.30 – 17.30 u
– Winter (vanaf 1 november 2016): 8.30 – 17.30 u
– 24 en 31 december geopend tot 15 u

– Kassa’s sluiten 45 min voor zoo sluiting.

– Honden zijn niet toegelaten. Er is wel hondenopvang (boxen) voorzien bij de ingang.

Entreeprijzen (2016!):

– 0 t/m 2 jaar: GRATIS
– Kind (3 – 16 jaar): € 4,00
– Volwassenen (16+):  € 12,00  (op maandag behalve feestdagen verminderd: €8,00)
– Studenten/mindervaliden: €8,00
– Familiekaarten: 2 ouders + max 4 eigen kinderen(6- 17 j): €30,00
– Groepen (vanaf 10 pers): volwassene € 9,00 en kind; €2,00

– Parkeren: €3,00 per dag

Abonnement:
– Volwassenen: € 35,00
– Kinderen (3-16 j): €18,00
– Studenten/mindervaliden: €24,00
– Familiekaart ( 2 ouders + max 4 eigen kinderen (6-17j): €80,00

Geschiedenis: 

Vooraf (1629 – 1855)
Zelfs voor de oprichting van de zoo werden er al exotische dieren gehouden in Dresden. Reeds in 1629 werd er een tijger en luipaard gehouden bij de keurvorsten in Saksen. In 1671 kwam daar een leeuw bij en twaalf jaar later zelfs een olifant.

De toenmalige heerser van de Saksen, August de Sterke, hield jachtpartijen op leeuwen en luipaarden. De latere heersers hadden minder interesse in exoten en in 1783 waren er dan ook geen exotische dieren meer aan het Dresdner Hof. Ook langdurige tentoonstellingen van dieren waren spoedig voorbij. In 1815 sloot de Fazanterie in de “Grote Tuin” en in 1854, na de dood van koning Friedrich August II sloot ook het dierenpark in Loschwitz.

Voor de oprichting (1855-1861)
Voor de officiële zoo opgericht werd, was er al een “Vereniging voor het kweken van gevogelte”, die met hun tentoonstellingen heel veel succes had.

In 1859 werd daarom permanent een deel van het “Ostragehege” (de huidige ijsbaan) gehuurd en er werd een “Zoologischer  Versuchsgarten“ (“zoölogische proeftuin”) opgericht. Bij de soorten gevogelte kwamen ook verschillende andere vogelsoorten en zoogdieren, waaronder een aap en kameel.

Intussen waren er in Duitsland al 3 andere zoo’s (Berlijn 1844, Frankfurt/Main 1858 en Keulen 1860) opgericht. Door het succes van de vogeltentoonstellingen werd het plan opgevat om ook hier een zoo te bouwen. In 1859 ontstond het “Comitee zur Bildung einer Actiengesellschaft für die Herstellung eines zoologischen Gartens“.

De koning van Saksen, Johann, gaf toestemming aan dit Comité/Actiegezelschap om een deel van de koninklijke tuin hiervoor te gebruiken op voorwaarde dat aangrenzende gebieden in de burgerij werden aangekocht om de zoo in die richting te kunnen uitbreiden. In mei 1860 begon het Actiegezelschap aan die taak terwijl de “Vereniging voor het kweken van gevogelte” ophield te bestaan. Het startkapitaal zou 100.000 daalder ( ongeveer €150.000) moeten bedragen, verkregen door de verkoop van acties van elk 50 daalder. Behalve de terreinen werd ook het totale dierbestand van de vogelkwekers aangeschaft. Het ging hierbij om 139 zoogdieren en 184 vogels voor een prijs van 2500 daalders (€3750).

De bouwwerken, naar het ontwerp van de toenmalig beroemde tuinarchitect Peter Joseph Lenné (tuinen) en de bouwmeester Carl Adolph Canzler (gebouwen), gingen vlug vooruit op het 12,8 hectare grote terrein. Reeds einde 1860 konden de dieren in de nog niet geopende zoo intrekken.

Volledig klaar was het verwarmde apenhuis, met 6200 daalders (€9300) het duurste gebouw, het buffelhuis, de berenkooi, het uilenhuis en de blokhuizen voor reeën en herten.

Het actiegezelschap kreeg nog meer dieren als geschenk waaronder een bruine beer.

Opening en pioniersjaren (1861-1909)
Officiële opening van de zoo gebeurde op Hemelvaartsdag op 9 mei 1861 met als directeur Frenz Leven, die nog datzelfde jaar werd afgelost door apotheker en natuurwetenschapper Albin Schoepf.

De latere olifanten koe “Schöpfi”, die als kalf in 1960 naar Dresden kwam, werd naar hem vernoemd.

Alle geplande verblijven waren klaar en de dieren die werden tentoongesteld waren: apen, beren, herten, wolven, kangoeroes, zeehonden, gemzen en verschillende vogelsoorten.

Reeds in het eerste jaar waren er problemen zowel qua geld, omdat niet alle actiën waren verkocht, als qua dieren omdat er in de eerste winter ook meerdere dieren overleden.

Enkele belangrijke verblijven  werden in de eerste jaren gebouwd: 1863/64 het roofdierhuis waar al direct (1864) een leeuwengeboorte kon gevierd worden; 1873 het olifantenhuis met “Lilli”, de eerste olifant als eerste bewoonster. Dit olifantenhuis is pas in 1999 afgebroken.

In 1875 kwam er een giraffengebouw bij. Een bijhorende stal, gebouwd in 1862 is het nu oudste, nog bestaande gebouw in de zoo en heeft zelfs nog steeds dezelfde functie.

Uit aantekeningen van Adolph Schoepf, ter gelegenheid van het 25-jarig jubileum van de zoo,  kan men informatie afleiden over bijzondere kweekresultaten. Zo werden er in die 25 jaar 42 leeuwen, 16 poema’s, 12 tijgers en 5 luipaarden geboren. Vooral de eerste succesvolle kweek van tijgers was spectaculair: als in maart 1871 de tijgerin 3 jongen ter wereld bracht en ze geen melk had (en kunstmatige voeding was nog nooit geslaagd), adopteerde een Engelse hond de baby’s en 2 van de jongen overleefden.

In 1873 kwam dan de chimpansee met een zwart gezicht “Mafoka” in de zoo, wat leidde tot vele discussies. In Londen verscheen rond diezelfde periode een artikel over gorilla’s zodat men twijfelde of Mafoka niet in werkelijkheid een jong gorilla vrouwtje was? Zelfs experten zoals Alfred Brehm en Carl Hagenbeck geloofden in de gorilla-theorie. Vandaag de dag zou dergelijke twijfel niet meer mogelijk zijn maar toendertijd waren jonge gorilla’s amper onderzocht. Pas toen in Berlin dan daadwerkelijk een gorilla aankwam kon men vergelijkingen maken en werd bewezen dat Mafoka wel degelijk een chimpansee was. Spijtig genoeg is de grootse sensatie van Dresden al in december 1875 aan tuberculose overleden.

Eveneens in 1873 werd de Indische neushoorn “Begum” aangekocht. Toen kort erop de zoo in financiële problemen kwam, werd, met als reden van die dure aanschaf, hulp van het land Saksen afgeketst. De zoo kreeg de raad om de neushoorn maar te verkopen, wat gelukkig voor de bezoekers niet gebeurd is. Door een hypotheek en vermindering van het aantal dieren werden er uiteindelijk kosten gespaard en ook de stad Dresden kwam ter hulp met de koop van actiën en een overbruggingskrediet.

Vanaf 1878 werden de zogenaamde “volksschouwspelen” populair. Men toonde mensen uit exotische landen ten toon in hun alledaags leven, wat in een tijd zonder tv en tijdschriften een echte sensatie was. Het Hamburgs bedrijf Hagenbeck was hiermee begonnen en vele steden volgden.  Zelfs dieren werden meegebracht en tijdens dansen en muziek voorgesteld. Deze schouwspellen bleven duren tot 1934.

In 1881 stierf directeur Albin Schoepf en zijn zoon Adolpf volgde hem op; die was voorheen in Hagenbeck (Hamburg) tewerkgesteld als inkoper voor dieren. Onder zijn leiding werd de zoo verder uitgebouwd. In 1883 kwam zo het vogelhuis tot stand. Het oude apenhuis werd afgebroken en een nieuw gebouwd in 1887. Naast kleine apensoorten  kwamen er ook chimpansees bij  en zelfs orang-oetan “Peter” in 1898.

Een grote zaal voor concerten en feesten werd gebouwd naast de ingang die er direct mee verbonden was. Door hoge schulden als gevolg van die concert-feestzaal waren er de volgende 20 jaar geen echte verwezenlijkingen meer en ook de ziekte van de directeur Adolpf Schoepf, die in mei 1909 stierf was mede oorzaak hiervan.

1910-1934: Die Prof. Brandes-Ära
Een jaar lang was er geen directeur, tot Prof. Dr. Gustav Brandes op 1 juli 1910 de job overnam. De professor was tot hiertoe directeur van Zoo Halle geweest. Onder zijn leiding en met financiële hulp van de stad en Sparkasse (bank) herleefde de bouw van de zoo. Zo werd een rotslandschap bij het roofdierhuis (sedert 2005 terug toegankelijk) en een robbenvijver gebouwd. Ook het beroemde rosarium ontstond dat jaar 1911.

Tijdens WOI had ook de zoo in Dresden met vele problemen te kampen. Zowel financieel als ook de aanschaffing van diervoeding was moeilijk.  Enkele waardevolle soorten zoals oryxantilopen en zeeleeuwen konden niet langer gehouden worden. Gebouwen waren gelukkig niet beschadigd.

Na de oorlog werd dan de grote volière voor roofvogels gebouwd, die ook nu nog bestaat. Door de grootte ervan leefden hier verschillende soorten samen, en een tijdlang waren er zelfs hyena’s bij de roofvogels ondergebracht.

De inflatie had ook zware gevolgen van de zoo, wat zelfs een sluiting tot gevolg had in de winter 1922/23 omdat er geen geld meer was voor verwarming. Pas in 1923 na de invoering van de Duitse mark veranderde de situatie. Met de oprichting van een terrein voor Maleise beren in 1924, compleet zonder tralies, en een verblijf voor rhesusapen (naast de kinderzoo, dit “Affenparadies” bestaat nog steeds) kwam de bouw weer op gang.

Het succes bij de orang-oetans bracht de zoo internationale bekendheid. De jonge orang-oetan “Buschi” was onderweg tijdens de overtocht van Sumatra naar Duitsland geboren worden, en was sedert 1927 het eerste dier van zijn soort dat succesvol met de hand werd grootgebracht.

De zware economische crisis op wereldvlak tijdens 1929-1933 had ook voor de zoo enorme gevolgen. Het aantal bezoekers daalde voortdurend met financiële problemen tot gevolg. Toen in 1933 de Nazis dan de macht grepen, was een zoo bezoek uiteraard niet echt belangrijk meer voor de bewoners van Dresden. Op 30 januari 1934 moest Prof. Brandes dan ook het faillissement van het Actiegezelschap aankondigen en nam een dag later zelf ook ontslag. Omdat alle geldreserves opgebruikt waren, moest er opnieuw krediet gevraagd worden. De beloofde steun van de stad Dresden bleef echter uit en de Sparkasse vorderde alle schulden ineens terug, waardoor de zoo bankroet ging. De stad Dresden nam na het bankroet het ganse bezit van de Actievereniging voor 400.000 Mark over en weigerde zelfs de toegang voor Prof. Brandes in de zoo. 

1934-1945: Nazitijd en vernietiging
Omdat de situatie in de zoo, ondanks stijgende bezoekersaantallen, verslechterde onder leiding van commissaris Hellmuth Block, werd op 15 oktober 1934 Dr. Krumbiegel als directeur benoemd.

De goede naam van de zoo werd vernietigd door persberichten over ratten en slechte bouwtoestanden. Tijdens de periode van Dr. Krumbiegel werd er wel wat gebouwd, waaronder het (nog tot 2001 gebruikte) olifanten bad, maar toch werd de directeur al in zomer 1936 ontslagen.

Zijn opvolger, vanaf april 1937, was Dr. Hans Petzsch, een leerling van Prof. Brandes. Eerst als assistent met volledige verantwoordelijkheid en vanaf 1939 ook officieel als directeur werkzaam, werd het toegangsverbod voor Prof. Brandes opgeheven.

Brandes lieveling de orang-oetan “Buschi” herkende zijn “papa” direct en begroette hem euforisch na jarenlange scheiding.

Tijdens deze periode ontstond een volledig nieuw terrein, dat ook nu nog als Zuid-Amerika terrein in gebruik is. Maar er kwam spoedig een einde aan de periode toen Dr. Petzsch op 28 augustus 1939 werd opgeroepen voor het leger. Vanaf toen namen zakenleider Karl Claus en zoo-inspecteur Sailer-Jackson het bestuur over. Maar behalve de directeur werd ook de helft van alle mannelijke verzorgers naar het front gestuurd. Dus werden dwangarbeiders uit bezette landen er aan het werk gezet. Door gebrek aan kennis, tekort aan voedsel  en ook de strenge winter van 1941/42 stierven er vele dieren. Toch bleef de dierentuin nog tot 13 februari 1945 open.

Door de vele bominslagen op 13 en 14 februari 1945 werd de zoo compleet vernield en maar weinig dieren overleefden.  De dagen erna probeerde men de resterende dieren naar Zoo Leipzig te verhuizen, maar ook die was intussen gebombardeerd. Toen werd besloten om de zoo in een kleinere omvang toch verder te leiden, wat door een volgende bombardement tot een einde kwam, want van de resterende 120 dieren bleven er toen maar een dozijn meer over.

Op 8 mei 1945 bezette de „Rote Armee“ de stad Dresden. Ooit waren er 3000 dieren, maar aan het einde van WOII waren er alleen nog enkele rhesusapen, 1 kameel, 1 stekelvarken en een schildpad.

Het totale zoo-gebied was voor 95% vernield en deels ook overstroomd.

1945-1950: Wederopbouw en nieuw begin
Hoewel de situatie in het vernielde Dresden weinig ruimte liet voor vrije tijd, waren de bewoners hun zoo niet vergeten en reeds in november 1945 werd besloten om de zoo terug op te bouwen, onder leiding van de vroegere directeur Karl Claus.

Vooral het terrein rond het olifantenhuis, dat de bombardementen redelijk had doorstaan, werd provisorisch heringericht. Bomkraters moesten opgevuld worden, tralies hersteld, hutten gerepareerd of opnieuw gebouwd, overstroomde delen drooggelegd.

Op 9 juni 1946, “maar” 16 maanden na de volledige verwoesting, werd de zoo heropend. Nog niet met een groot aantal aan dieren (reeën, buffels, vossen e.d.) maar met leeuwin “Dresda”, een geschenk van de zoo Leipzig, kregen ze een nieuwe attractie. Ze werd ondergebracht in het enige verwarmde gebouw, het olifantenhuis. Vooral verwarming en voeding (vooral vlees) waren zaken waar moeilijk aan te komen was, en als gevolg daarvan is ook Dresda overleden.

Tegen 1950 was ook het antilopenhuis, en de ingang hersteld en het aantal dieren gestegen.

1950-1989: De zoo in de DDR
Het debat om uitbreiding van het terrein laaide terug op. Reeds in 1914 wou men de zoo vergroten tot 240 hectare. Als terrein wou men de Dresdner heide gebruiken, maar daarvoor had de vernietigde stad Dresden de financiën niet.

Herfst 1950 wordt zoo directeur Claus ontslagen en Wolfgang Ullrich wordt de opvolger. Hij leverde de zoo als zoöloog en tv-presentator meer bekendheid.

Spoedig worden nieuwe diersoorten aangeschaft: grote katten, giraffen, zebra’s, een neushoorn, chimpansees, zeeleeuwen en de Aziatische olifant “Carla”.

Ook op gebied van de bouw volgden er veranderingen: in 1952 het aquarium, vanaf 1953 tot 1963 werd het roofdierhuis stapsgewijs heringericht. Het primatengebouw was de eerste volledige nieuwbouw na de oorlog. Pas na de verhuis in 2010 van de apen naar het Prof. Brandes huis, wordt dit gebouw in 2011 afgebroken. In 1956 kende de zoo 873.000 bezoekers.

Met het uitzicht op het 100-jarig jubileum (1961) werd er terug meer geïnvesteerd. Zo wordt de Fazanterie nieuw gebouwd en de eerste orang-oetans voor de DDR en guereza’s (wapendier van Dresden zoo) worden gekocht. Ook nieuw was de olifantenbaby “Schöpfi”, die tot haar dood in 2010 tot de absolute lievelingen van de bezoekers gold. Ook kwamen er geschenken zoals de gorilla “Benno” Vooral echter het nieuwe aquarium was een mijlpaal voor de zoo. Dr. Ullrich werd voor zijn verdienste in de zoo benoemd tot professor. En voor het eerst werden er meer dan 1,1 miljoen bezoekers geteld in dat jubileumjaar.

Verschillende plannen werden gemaakt voor het saneren van de wegen en gebouwen die maar deels of niet meer te gebruiken waren, maar niets ervan werd uitgevoerd wegens tekort aan geld.

De geboorte van “Gustl”, de eerste orang-oetan ooit in de DDR geboren, in 1962 maakte enorm furore en de bezoekers stonden in rijen aan te schuiven om een blik op hem te kunnen werpen. En hoewel hij al na 10 maanden overleed aan een infectie, geldt deze geboorte nog steeds als begin van een lange traditie van het succesvol kweken met deze diersoort in Dresden. Alleen in 1969 werden er 3 baby’s geboren. Ook de stichting van de Zooschool was een groot succes. De bouw van het pinguïnverblijf, geopend in 1971, was het laatste project onder leiding van Prof. Ullrich die in 1973 stierf.

Ook tijdens de periode van zijn opvolger Gotthart Berger, bleven de problemen van de zo noodzakelijke sanering voortduren. Enkel een nieuw functioneel gebouw (1979) en het luipaardgebouw (1981) werden verwezenlijkt. Het duurde tot 1985 voor het, voor 1978 geplande, mensapengebouw uiteindelijk kon bewoond worden door de orang-oetans. In 1982 ging men zelfs zover door te dreigen om het houden van orang-oetans volledig te stoppen, als de stad niet eindelijk steun zou bieden, wat een desastreus gevolg zou hebben gehad voor de zoo. Uiteindelijk kwam het gebouw er en werd in 1985 door de nieuwe directeur Dr. Hans-Dieter Hohmann (Berger ging op pensioen in 1984) geopend. Tot op heden is het binnenshuis amper veranderd en wonen er nog orang-oetans.

Tot het einde van de DDR werd er weinig geïnvesteerd in gebouwen en infrastructuren. Enkel de allernoodzakelijkste reparaties werden uitgevoerd. De plannen voor uitbreiding tot 16 hectare verdwenen voorgoed in de schuif.

Maar de inwoners van Dresden bleven hun zoo trouw en in 1989 kwamen er 1,1 miljoen bezoekers om de 2500 dieren in meer dan 400 soorten te bekijken.

1989-1999: Na de “Wende”
Nu de politieke en economische situatie veranderd was, kon ook directeur Hohmann eindelijk openlijk zijn mening geven over de toestand van de zoo. Hij sprak van onhoudbare toestanden, maar de financiële mogelijkheden van de stad waren niet plotseling drastisch veranderd. De bezoekers moesten vanaf april 1990 wel plotseling het drievoudige aan inkom betalen, waardoor het bezoekersaantal sterk daalde. En ook bedrijven die vroeger de zoo steunden, moesten nu zelf om hun overleven vechten. Enkel door bijkomende subsidies konden de dringendste werken uitgevoerd worden, met name de installatie voor de verwarming. Directeur Hohmann gaf op het einde van het jaar zijn ontslag.

Na een interim van vervangend directeur Dr. Schneider, nam op 2 januari 1992 Dr. Hubert Lücker de leiding over. Zijn voornaamste taak was de complete ombouw van de zoo en de omvorming naar een GmbH. Het totale concept werd in 1993 door de stadsraad bevestigd. De totale investering nodig voor de ombouw tot 2006 werden geschat op 60 miljoen DM. Een belangrijke rol daarbij speelde de in 1992 opgerichte steunvereniging “Zoofreunde Dresden e.V.”

Opnieuw wordt er gebouwd: in 1993 de vrije vlucht volière voor de ara’s en de gebouwen voor bantengs en takins. Het ibis-winterhuis in 1994 als eerste grote project van de steunvereniging en een nieuw antilopenterrein. In 1995 werd het buitenverblijf voor de orang-oetans ingewijd. Ook een nieuw Afrikahuis inclusief ingang van de zoo volgde. Even werd overwogen om een uitbreiding naar de parkeerplaats te maken door het bouwen van een voetgangersbrug, maar dit werd niet uitgevoerd. In herfst 1997 wordt de ondergrondse zoo geopend. De omvorming tot gGmbH is compleet en sinds november 1996 is de zoo een zelfstandig “bedrijf” voor 100% in het bezit van de stad Dresden.

1999-2011: De “nieuwe” zoo Dresden
In januari 1999 opent het Afrikahuis in aanwezigheid van vele gasten. Het staat, in combinatie met de nieuwe ingang en restaurant symbool voor de nieuwe zoo.

Met de nieuwkomers “Sawu” en “Mogli” leven er nu 4 olifanten in de zoo. Ook mandrils en naaktmollen vinden hier een nieuwe thuis. Op de bovenverdieping krijgt de zooschool nieuwe ruimtes. Het Afrikahuis, de tot hiertoe grootste investering van 14 miljoen DM, wordt vanaf het begin een groot aantrekkingspunt in de zoo.

Ook in 1999 wordt een tweede groot project gestart: de tundra-inplanting met begaanbare volière en een extra volière voor sneeuwuilen en poolvossen. Tegen eind 2000 was 80 % van de ganse zoo gesaneerd.

Toch daalden de bezoekersaantallen nog steeds. In 2002 kwamen nog maar 425000 bezoekers naar de zoo, het slechtste resultaat sinds 50 jaar. Het einde van dat jaar nam Karl-Heinz Ukena de leiding over van de zoo.

In februari 2006 wordt de olifant “Thabo-Umasai” geboren, wat de bezoekers in grote getale naar de zoo lokt. Hij verovert de harten van de bezoekers, en de groep van nu 5 olifanten kan ook in 2006  hun nieuw waterbekken in gebruik nemen.

In juni wordt het nieuw ingerichte verblijf voor de humboldtpinguïns geopend. Er komen een hyacintara en 2 katta’s aan. Maar dit wordt overschaduwd door het uitbreken van de vogelgriep.

Gelukkig moeten niet alle vogels ingeslapen worden, maar er gaan toch een aantal dieren verloren door de verplichting om de dieren binnen te houden. Als in november de rust terugkeert, kan eindelijk begonnen worden aan een nieuw leeuwenverblijf.

In augustus 2007 zijn de leeuwen- en caracalverblijven klaar, en kunnen de leeuwen “Layla” en “Jago” erin trekken.

Bij de pinguins wordt een nieuwe filterinstallatie in gebruik genomen zodat men de dieren ook onderwater kan bekijken. Ook worden de eerste seizoenen van de ZDF serie “Dresdner Schnauzen” uitgezonden.

Met de inwijding van een giraffenhuis kan de zoo in 2008, voor het eerst sinds 24 jaar, terug giraffen tonen. Ook zebra’s wonen in hetzelfde verblijf. Het bezoekersaantal stijgt terug, en de uitbreiding en bouw van nieuwe verblijven geeft eerste resultaten.

In de eerste helft van 2009 zijn er vele bouwwerken: een katta eiland, een theaterhuis voor de Zookasper en ook de bouw van het Prof. Brandeshuis begint. De geboorte van luiaard “Oskar” en die van orang-oetan “Dodi” zorgen voor veel mediaberichten. Eindelijk heeft men terug een paartje rode panda’s en voor het eerst ook een gordeldier.

Een derde giraffenbul “Diko” vergroot de groep.

Op 2 juli 2010 wordt het Prof. Brandes huis geopend, waarin voortaan primaten, luiaards en meer exoten zullen wonen.

Ook de 4,5 m lange zeekrokodil “Max” krijgt een modern domicilie. Aan het einde van 2010 is het bezoekersaantal opnieuw gestegen.

Bron: http://www.zoo-dresden.de/de/Entdecken/Historisches/Zeitstrahl_1094.html?sid=GQLsq7ygmrgHJD7r9sU6bwqp5AFUMpWr
Ontstaan: 1861
Oppervlakte: 13 hectare
Aantal diersoorten: +/- 270

 

Bijzonderheden:

 

Het Afrikahuis (gebouwd in 1999) wordt volledig vernieuwd. Het binnen verblijf met zandbodem wordt vergroot en ze krijgen een regenwouddouche. Hiervoor zijn de 3 olifantenkoeien tijdelijk aan de andere zijde van het buitenverblijf ondergebracht.

Ook de mandrils krijgen een grotere ruimte met klimbomen. Heropening voorzien in voorjaar 2017.

Nadien is ook de vernieuwing van het buitenverblijf voorzien.

 

In de zomer is er een poppentheater Zoo Kasper voor kinderen:

Speeltijden van Pasen tot oktober:

– dinsdag en  donderdag: 10.30u, 11.30u, 14.00u en 15.00 u

– zaterdag en schoolvakanties: 10.30u, 11.30u, 14.00u, 15.00 u en 16.00 u

– zon- en feestdagen: 10.30u, 11.30u, 14.00u, 15.00 u, 16.00u en 17.00 u

Dit is een openlucht theater, dus bij slecht weer kan het uitvallen.

 

Bijzonderheden:
Het Afrikahuis (gebouwd in 1999) wordt volledig vernieuwd. Het binnen verblijf met zandbodem wordt vergroot en ze krijgen een regenwouddouche. Hiervoor zijn de 3 olifantenkoeien tijdelijk aan de andere zijde van het buitenverblijf ondergebracht.

Ook de mandrils krijgen een grotere ruimte met klimbomen. Heropening voorzien in voorjaar 2017.

Nadien is ook de vernieuwing van het buitenverblijf voorzien.

In de zomer is er een poppentheater Zoo Kasper voor kinderen:

Speeltijden van Pasen tot oktober:

– dinsdag en  donderdag: 10.30u, 11.30u, 14.00u en 15.00 u

– zaterdag en schoolvakanties: 10.30u, 11.30u, 14.00u, 15.00 u en 16.00 u

– zon- en feestdagen: 10.30u, 11.30u, 14.00u, 15.00 u, 16.00u en 17.00 u

Dit is een openlucht theater, dus bij slecht weer kan het uitvallen.

Dieren:

Voedertijden met uitleg en shows
– Koala’s: 9.30 u
Wegen koala’s (woensdag en zondag): 11.00u
– Rode reuzenkangoeroe ( zaterdag) 12.00 u
– Leeuwen: 12.30 u
– Olifanten: 13.30 u
– Gieren volière (donderdag): 14.00u
– Rode buffels (vrijdag): 14.30 u
– Humboldt pinguïns: 15.00 u
– Sneeuwuilen (zondag): 15.15 u
– Guereza: 15.30 u

Klik hier voor alle informatie over de dieren in dit park

Wij zijn natuurlijk erg benieuwd naar de foto’s van uw bezoek aan Zoo Dresden!

Wil je je foto’s graag ook delen met anderen? Zet dan ook jouw foto’s in onze speciale Facebookgroep Zoovaria: Passie voor dierentuinen en diergerelateerde dagjes uit, zo kunnen duizenden andere mensen ook van jouw foto’s genieten.
De mooiste foto’s delen we dan natuurlijk ook op onze eigen Zoovaria Facebookpagina!

Geen Facebook? Mail je 5 beste foto’s naar info@zoovaria.com en geef duidelijk aan dat we je foto’s mogen delen!

Advertentie

adverteren op zoovaria.com

Advertentie

Zoovaria events

Advertentie